Insect van de maand: juli/aug. 2019
door: Elly Aarts

Koningspage Iphiclides podalirius

i70.KoningspageElly

In de natuur in Nederland had ik de Koningspage nog niet eerder gezien. Maar tijdens onze vakantie in de Provence zagen wij meerdere Koningspages, een lust voor het oog. Door zijn zeilende manier van vliegen valt hij erg op.
Daarom mag de Franse naam niet ontbreken; le Flambé (de gevlamde)

De Koningspage is een vlinder uit de familie Grote Pages (Papilionidae), een dagvlinder.

Voorkomen:
De koningspage komt voor in Zuid- en Midden-Europa, Noord-Afrika, Midden-Oosten en Azië (tot China) in warme tot zeer warme gebieden. Het zwaartepunt in Europa ligt rond de Middellandse zee.
De koningspage is een zwerver die, sinds de 18 de eeuw, ongeveer 50 keer in Nederland is waargenomen.

 

Uiterlijk:
De grondkleur van de boven- en onderkant van de vleugel is bleekgeel met een patroon van zwarte lengtestrepen. Op de  bovenkant van de achtervleugel liggen langs de achterrand een aantal blauwe maanvlekken en in het midden een zwartblauwe, rood/oranje omrande oogvlek.. Achtervleugel met twee lange, zwarte staarten.
De opvallende zwarte staarten hebben waarschijnlijk de functie insecten etende vogels te foppen. De vogels worden verleid de vlinder in de staarten te pikken, waardoor deze beschadigd kan worden, maar de aanval wel overleeft.
De tweede en derde generatie kunnen wat lichter van kleur zijn.
Voorvleugellengte; 32-39 mm.

Vliegtijd:
De koningspage vliegt in één, twee of drie generaties afhankelijk van het gebied en de hoogte.
De mannetjes en vrouwtjes ontmoeten elkaar op heuveltoppen op warme en droge plaatsen.
De mannetjes scholen vaak samen bij een landschappelijk markant punt, zoals een heuveltop, en stimuleren elkaar tot het uitvoeren van baltsvluchten. Dit gedrag heet ‘Hill topping’ Tussen de vluchten door keren zij telkens terug op hetzelfde takje om even te rusten en beginnen dan weer opnieuw.
Zwervers die in Nederland worden gezien zijn van de eerste generatie die in mei en juni vliegt of van de tweede generatie die in augustus of september vliegt.


Rups:
Zeer plompe rups, is korter in verhouding tot zijn breedte en wordt geleidelijk smaller naar de ‘staart’. Lichaam groen met een geelachtige streep over het midden van de rug en aan weerszijde een rij schuine geelachtige strepen waarin kleine rode of gele vlekjes zijn geplaatst. Door zijn kleuren en tekening valt hij niet op tussen de bladeren van zijn belangrijkste waardplant. De rups is tot 40 mm lang.
De rups verpopt op de dikkere twijgen van de waardplant.
De rupsen verpoppen als gordelpop in de waardplant en is groen of vaalgeel. Overwinterende gordelpop meestal bruin.

Waardplant:
De kogelronde witte eieren worden afgezet aan de onderzijde van de bladeren van de sleedoorn, pruim en andere prunussoorten. De rupsen voeden zich met de bladeren.

Biotoop:
Heuvelachtige gebieden op warme en droge plaatsen. Bij voorkeur open terreinen, droog kalkgrasland, met vrijstaande struiken en ruigtes en langs bosranden.

 

foto's: Ben Aarts