Insect van de maand: juni 2020
door: Rinie Roosen

Dennenpijlstaart Shinx pinastri

i79.DennenpijlRinie

In al zijn eenvoud, een juweeltje van een nachtvlinder. Overdag zul je die niet zien, tenzij je geluk hebt en hem op een boomstam ziet zitten. Maar hij is goed gecamoufleerd. Wanneer je hem wilt zien, heb je ’s nachts na twaalven de meeste kans. Hij gaat dan op zoek naar bloemen die bloeien, en drinkt van de nectar. Kamperfoelie is daar een voorbeeld van. De vliegperiode is vanaf mei tot september.


De vlinder legt haar eitjes bij voorkeur op grove den, maar op andere naaldbomen komt ook wel voor. Na een week komt het eitje uit en begint de rups de dennennaalden te eten. De rups kun je aantreffen van juli tot oktober. Wanneer de rups volgroeid is zoekt zij een plekje in de strooisel laag en verpopt.

Pas in het voorjaar vindt de volledige gedaanteverwisseling plaats van pop naar het vlinder.
Onderstaande foto van de rups is eerder gemaakt in september. De foto van de vlinder is gemaakt in juni vorig jaar. Met andere leden van de insectenwerkgroep heb ik tijdens de Midzomernacht met een nachtvlinderlaken en een speciale lamp gestaan op het grasveld tegenover Groot Speijck. Net toen wij om 1.00 uur wilde stoppen, streek de dennenpijlstaart vlinder neer op het doek. Een mooiere afsluiting hadden wij niet kunnen wensen.


De grootste nachtvlinders, zoals pijlstaarten, vliegen meestal erg laat ’s nachts. De reden daarvan is, zo lijkt het, omdat daarmee de kans om slachtoffer te worden van vleermuizen kleiner is. Maar sommige nachtvlinders kunnen het ultrasone geluid van een vleermuis horen. Als verdedigingsmechanisme produceren zij zelf ook een soortgelijk geluid. Dat moment van verwarring is dan voldoende om te kunnen ontsnappen.


Of de Nachtvlindernacht in juni dit jaar door gaat is onzeker. Als alternatief zet ik bij gunstige weersomstandigheden de lamp op in mijn achtertuin, omdat ik ook deel neem aan een landelijk nachtvlinderproject. Maar de dennenpijlstaart verblijft normaliter in een bosrijke omgeving, dus kleine kans dat ik hem dan aan tref. Maar er zijn volop anderen de moeite van het bekijken waard.

Foto's: Rinie Roosen
Literatuur: Veldgids Nachtvlinders voor Nederland en België