Vogel van de maand: september/oktober 2018
door: Hannie Nilsen

 Roze Pelikaan (Pelecanus onocrotalus)

RozePelikaan5roze pelikaanWestervoort, september 2015. Een grote, plompe vrijwel witte vogel landt tussen de kieviten. Te plomp voor een grote zilverreiger, en duidelijk ook geen knobbelzwaan of soepgans. Het blijkt een roze pelikaan, een waarneming die je slechts af en toe doet. Want deze tot de verbeelding sprekende vogel is geen broedvogel of vaste wintergast in Nederland. Slechts een enkele keer kun je hem hier waarnemen. Soms is het dan een verdwaalde vogel die door een oostenwind uit de koers is geraakt. Meestal is er echter sprake van een vogel die uit gevangenschap ontsnapt is, een zogenaamde escape. In Duitsland komt hij vaker als dwaalgast voor, soms zelfs in grote groepen.
De familie Pelikaan (Pelicanidae) behoort tot de orde Pelikaanachtigen oftewel roeipotigen (Pelicaniformes). Het zijn uitstekende zwemmers en goede vliegers. Ze komen verspreid over de hele wereld voor waarbij men 8 verschillende soorten pelikanen onderscheidt. In Europa komen de roze pelikaan en de kroeskoppelikaan voor, vooral in Zuidoost-Europa en Rusland.
Het zijn grote plompe vogels met korte stevige poten met zwemvliezen tussen de tenen en een grote snavel.

Maar het meest opvallende kenmerk is ongetwijfeld de karakteristieke elastische huidzak aan de ondersnavel, een praktisch schepnet voor hun belangrijkste voedsel: vissen.

Verder is deze keelzak door zijn grote oppervlakte ook belangrijk om te koelen bij warm weer. Ondanks hun gewicht zijn pelikanen goede vliegers en kunnen ze grote afstanden afleggen. Het zijn sociale vogels die gezamenlijk jagen en broeden in kolonies. In gevangenschap, in dierentuinen bijvoorbeeld, komen ze pas tot broeden als er minstens 8 exemplaren bij elkaar zitten.
Een volwassen roze pelikaan, in het Engels ’white pelican’, is wit. Alleen in het broedseizoen is een licht geel- roze waas zichtbaar. In die periode worden ook de geelroze poten roder en de keelzak geler. De punten en de achterrand van de vleugels zijn zwart. De juveniele vogels zijn meer bruin-grijs en hebben meer zwart op de vleugels. Verder hebben ze een opvallend gele keelzak.
Een volwassen mannetje is 140-178 cm lang en 9-11 kg zwaar. Hun spanwijdte is 270-360 cm. De snavel is 29-47 cm lang. Mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit maar de vrouwtjes zijn iets kleiner.
De roze pelikaan komt voor in Zuidoost-Europa, Rusland, West- en Centraal-Azië en in het grootste deel van Afrika, in meren (zowel in zoet- als zoutwater), rivierdelta's, moerassen en ander ondiep water. In Europa broedt hij voornamelijk in de delta van de Donau. Ze leven in grote kolonies, met soms wel duizend vogels bij elkaar.

De roze pelikaan heeft ongeveer 1 kg vis per dag nodig. Door zijn lichte bouw kan hij niet duiken en moet hij dus zijn prooi van het wateroppervlak vissen. Dit gebeurt voornamelijk in groepen waarbij ze in hoefijzerformatie zwemmen. Als de pelikanen een school vissen hebben gevonden, steken ze de snavel in het water en houden ze hun vleugels boven hun rug. De vissen kunnen aan die muur van opengesperde snavels lastig ontsnappen en zitten zo in de val.
De roze pelikaan broedt in een groot nest van plantaardig materiaal tussen platgetrapt riet. De eieren, meestal twee, worden een dag na elkaar gelegd. Het ei weegt 155 tot 195 gram. Beide oudervogels broeden en na 29-32 dagen komen de eieren uit. Het jong blijft veertien dagen op het nest en wordt tweemaal per dag gevoerd door beide ouders. Aanvankelijk krijgen de jongen een opgebraakte brij maar na ongeveer twee weken steken ze hun kop de keelzak in om zo de stukken vis uit de slokdarm van de oudervogel te halen. De broedkolonie bevindt zich soms ver van de foerageergebieden af, waardoor de adulte vogels tot wel honderd km per dag af moeten leggen. 

Na drie tot vier weken verzamelen de jongen zich in zogenaamde "crèches" waar enkele volwassen dieren op alle jongen passen. Als de ouders de crèche bezoeken om te voeren, herkennen zij hun eigen jongen. Vanaf twee maanden kunnen ze hun eigen voedsel zoeken en dan verlaten ze de crèche. Na 65 tot 70 dagen zijn ze in staat om te vliegen en zijn ze zelfstandig. Na drie tot vier jaar zijn ze geslachtsrijp.
De Europese en Noordwest-Aziatische populaties trekken in oktober in grote groepen weg naar het gebied rond de Rode Zee en naar Oost-Afrika. Veel exemplaren verzamelen zich op de trek langs de kust van Israël, waar groepen van enkele duizenden dieren kunnen voorkomen. Ze worden vaak vergezeld door ooievaars en roofvogels. Een imposant gezicht. Eind april, begin mei keren ze weer terug. Tijdens de trek leggen ze afstanden af van 1500 tot 6500 km.

Op wereldschaal gaat de roze pelikaan mogelijk in aantal achteruit, maar harde cijfers hiervoor ontbreken. Wel is duidelijk dat zijn leefgebied wordt aangetast door drooglegging van moerassen, aanleg van infrastructuur (elektriciteitsleidingen) en watervervuiling en overbevissing. Door zijn enorme verspreidingsgebied is deze soort echter minder kwetsbaar dan bijvoorbeeld de kroeskoppelikaan die op de Rode lijst van kwetsbare en/of bedreigde vogels staat.
Bijgeloof
Sommige pelikanen hebben in de broedtijd een rode vlek op de keelzak en de krop. Ook het opgebraakte, half verteerde voedsel heeft een rode kleur. Niet raar dus dat men vroeger geloofde dat de pelikaan zijn borst open pikte om de jongen met zijn eigen bloed te voeden en op deze manier zelfs zijn dode jongen weer tot leven kon brengen.
In het Christelijk geloof staat de pelikaan dan ook symbool voor opofferingsgezindheid en de wederopstanding van Christus. Je vindt hem vaak terug op afbeeldingen van de kruisiging.
Nog steeds heeft de Nederlandse bloedtransfusiedienst Sanguin een pelikaan in zijn logo en wordt deze vogel ook afgebeeld op de eremedailles voor bloeddonoren als symbool voor de brenger van levensreddend bloed.

Tekst: Hannie Nilsen
Foto’s: Marie-José Verbeeten, Jan Wolfs