Vogel van de maand: november 2018
door: Hannie Nilsen

Kroeskoppelikaan (Pelecanus crispus) en andere soortgenoten

Kroeskoppelikaan3kroeskoppelikaanPelikanen zijn bijzondere vogels. Met hun speciale snavel die als een enorm schepnet fungeert, spreken ze tot de verbeelding. Opgravingen hebben aangetoond dat deze vogels ooit ook hier in Nederland in het Oer-IJ plonsden om vissen te verschalken. Nu zien we de pelikaan enkel nog als een zeldzame dwaalgast. Naast de roze pelikaan, de vogel van de maand in oktober, is ook de kroeskoppelikaan een Europese broedvogel.
Hij broedt met name in Zuidoost Europa, daarnaast komt hij voor in Klein- en Centraal-Azië. Ook deze soort is zeer sociaal, ze leven samen in groepen maar die zijn bij de kroeskoppelikaan veel kleiner dan bij de roze pelikaan. De soort lijkt op de roze pelikaan maar is iets groter. Hij heeft een meer grijs verenkleed waarbij het zwart op de vleugels ontbreekt. Beide soorten hebben een gelige borstvlek.

De iris is lichtgekleurd terwijl de roze pelikaan een donkere iris heeft. De meest opvallende verschillen zijn de warrige krulveren op de kruin en de kleur van de keelzak die in het broedseizoen oranjerood is. 

Met een maximum gewicht van 15 kilo en een spanwijdte van maar liefst 270-350 cm. behoort hij met de Andescondor en de grote trap tot de zwaarste vliegende vogels. (Ter vergelijking: een knobbelzwaan weegt max.12 kilogram, een kraanvogel of albatros 6-8 kilogram).


De kroeskoppelpelikaan werd lange tijd met uitsterven bedreigd. In 2005 werden hun aantallen geschat tussen de 6700 en 9300 volwassen vogels. Inmiddels zijn met name in Europa hun broedgebieden beter beschermd en de wereldpopulatie telt nu 10.000-20.000 exemplaren. De soort staat echter nog steeds als ‘gevoelig’ op de Rode Lijst van de IUCN.
Buiten Europa heeft de vogel nog steeds te maken met aantasting van zijn leefgebied. Niet alleen wordt zijn leefgebied steeds kleiner maar aanleg van infrastructuur in kustgebieden (waaronder elektriciteitsleidingen) en watervervuiling, jacht en overbevissing zijn er de oorzaak van dat de vogel daar nog steeds in aantal achteruit gaat.
Een speciale plaats in het rijtje van pelikanen heeft de bruine pelikaan (Pelecanus occidentalis). Het is een prachtige vogel met een overwegend zilvergrijs met bruin verenkleed met opvallende contrasten. Nog opvallender is zijn manier van foerageren. Waar andere pelikaansoorten hun prooien in groepsverband al zwemmend opjagen en vangen, zijn de bruine pelikanen stootduikers waarbij ze van flinke hoogte plotseling naar beneden duiken, een spectaculair gezicht.
En hoewel de vogel niet in Europa voorkomt, is het strikt genomen wel een Nederlandse broedvogel. Je ziet hem in het Caribisch gebied, onder andere op Bonaire, dat op papier een stukje Nederland is. Maar of je daarmee de bruine pelikaan tot een Nederlandse broedvogel mag rekenen???
De Peruaanse pelikaan(Pelecanus thagus), ook wel chilipelikaan of humboldtpelikaan genoemd, werd lange tijd beschouwd als een ondersoort van de bruine pelikaan maar is groter. Ook deze soort wordt helaas ernstig in zijn voortbestaan bedreigd door overbevissing en de opwarming van het zeewater. Enkele jaren terug spoelden langs de westkust van Peru ruim 700 dode pelikanen aan. De vermoedelijke doodsoorzaak was gebrek aan eten met name de ansjovis.
witte pelikanenwitte pelikanenZowel in Noord- als Zuid-Amerika kennen we verder nog de witte pelikaan (Pelecanus erythrorhynchos). De witte hoornen knobbel op de snavel, waaraan mannetjes te herkennen zijn, verdwijnt na het broedseizoen.
In Afrika komt slechts één soort voor, de kleine pelikaan (Pelecanus rufencens). Een vreemde naam voor een vogel die met een spanwijdte tussen de 220 en 290 cm onze zeearend ruimschoots het nakijken geeft. Ook zijn snavel met een gemiddelde lengte van 36 cm mag er zijn maar ten opzichte van zijn soortgenoten is dit het relatief kleine neefje in de familie. Hij heeft echter een groot verspreidingsgebied en is niet erg kieskeurig wat betreft zijn biotoop. Hoewel hij een voorkeur heeft voor zoetwatermoerassen en meren, broedt hij ook langs de kust, in mangrovebossen of duingebieden en zelfs op kliffen en in andere droge gebieden mits er voldoende voedsel zoals bijvoorbeeld sprinkhanen, aanwezig is. Zij nestelen zowel in bomen als op de grond, en soms zelfs in de buurt van menselijke bebouwing. Dit alles maakt dat de vogel plaatselijk misschien weleens bedreigd wordt door drooglegging of verstoring maar dat hij over het hele continent genomen een stabiele populatie laat zien. Een andere naam is roodrugpelikaan.
Reizen we verder naar Australië vinden we daar de Australische pelikaan (Pelecanus conspicillatus), ook wel brilpelikaan genoemd. Dit is een middelgrote soort maar zijn snavel is relatief gezien de grootste ter wereld (49 cm is gemeten) en speelt een belangrijke rol in het baltsritueel. Ook deze soort is stabiel, wederom omdat hij een enorm groot verspreidingsgebied heeft en makkelijk ver weg trekt als de omstandigheden elders beter zijn. De vogels volgen geen vaste trekroutes, maar trekken naar plaatsen die rijk aan vis zijn. Zo zie je ze het ene jaar aan de kust en het jaar daarop bij grote meren in het binnenland. Bovendien komt in heel Zuidoost Azië voor maar het talrijkst is deze pelikaan in Australië.
De grijze pelikaan (Pelecanus Philippensis) tenslotte heeft zijn verspreidingsgebied in Zuidoost Azië. Deze soort staat wel als ‘gevoelig’ op de rode lijst. Ook hier is verlies van habitat waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak. De vogel kwam veel voor op de Filippijnen (vandaar de Latijnse naam) maar hier is hij is sinds 1940 niet meer waargenomen en beschouwt men de vogel als uitgestorven.

Foto’s: Marie-José Verbeeten, Jan Wolfs, Hannie Nilsen en Eduard Opperman