Vogel van de maand: juli/augustus 2019
door: Hannie Nilsen 

Veldleeuwerik (Alauda arvensis)

 veldleeuwerikIMG 4030veldleeuwerikTekst Leeuwerik

 

 

 

 

 

 

 

Dit gedicht van Lodewijk van Woensel is er slechts eentje uit een lange reeks. Aangenomen wordt dat er over de ‘Luwwerik’ meer liedjes en gedichten zijn geschreven dan over welke vogel dan ook.

Ook het aantal verschillende namen, alleen in Noord-Brabant al enkele tientallen, verraadt dat het een vogelsoort was die je overal kon horen en na enig speuren hoog in de lucht ook kon zien. Namen als akkerleeuwerik maar ook meet-, koren-, rog-, gras- en heileeuwerik vertelden waar je deze soort tegen kon komen. Stijg- of stijgerleeuwerik, zangleeuwerik, parachutevogeltje, tjur, strontpikker, hoogmannetje, schrijvertje en wijntapper (wendepper) waren namen die ook gebruikt werden. De veldleeuwerik was 50 jaar geleden namelijk een heel gewoon vogeltje. Weliswaar een vogeltje dat bewondering oogstte vanwege zijn niet aflatende zang, dat een zomergevoel opriep van ‘ liggen in het gras tussen de paardenbloemen, turend naar de blauwe hemel om hem hoog in de lucht ergens  te ontdekken’  maar toch ……. een gewoon klein, grijsbruin gevlekt vogeltje.

En nu is diezelfde vogel bijna een bijzonderheid geworden, evenals een ander lid van de familie, de kuifleeuwerik. Dit was in de twintigste eeuw een bekende stadsbewoner die daarnaast ook nestelde  aan de randen van stuifzanden, schrale heide en agrarisch cultuurland. Omstreeks 1975 waren er nog ongeveer  4000 broedparen. Dat aantal nam snel af tot 425 rond 1990, minder dan 100 vanaf 1997 en slechts enkele vanaf 2010. Tegenwoordig zie je de kuifleeuwerik hooguit nog als een toevallige doortrekker. Verandering in de stedenbouw, met verlies van braakliggende terreinen, is zeer waarschijnlijk één van de belangrijkste oorzaken. Ook elders in West- en Midden-Europa is de soort nagenoeg verdwenen.
veldleeuwerik 85 1veldleeuwerikZover is het met de veldleeuwerik nog niet. Nog steeds kun je hem op warme dagen in februari en maart al horen, al is het veel minder frequent dan in de jaren ’70 toen het nog een van de talrijkste en meest verspreide broedvogels van Nederland was. Vanaf eind maart begint de broedperiode waarin hij meestal 2-3 legsels per jaar heeft met steeds 2-6 eieren. Het nest ligt goed verborgen op de grond in open terreinen zoals agrarisch gebied en heide. Na 2 weken broeden komen de jongen uit het ei en 8 dagen later gaan ze uit het nest. Nog eens 10 dagen later zijn ze vliegvlug. Voedsel vinden ze op de grond, insecten in het broedseizoen en zaden en granen ’s winters. Ondanks meerdere broedsels per jaar waarbij in totaal 6-18 jongen uitgebroed worden, is de soort sinds de jaren ’70 met 90% afgenomen. In dit geval zijn de intensieve landbouw en de afname van insecten belangrijke oorzaken. Daarnaast is het huidige maaibeleid voor grondbroeders zoals de veldleeuwerik funest. Onderzoek uit 2015 wijst uit dat jaarlijks in Groningen en Drenthe, vermoedelijk de belangrijkste provincies in Nederland voor in akkergebieden broedende veldleeuweriken, 30.000 jonge veldleeuweriken omkomen door maaien. Bij gebrek aan geschikt akkerland trekken veldleeuweriken namelijk in met name de tweede helft van het broedseizoen naar grote turbograslanden die iedere maand bemest en gemaaid worden. Vervolgonderzoek met zenders moet aantonen of met een ander maaibeheer de veldleeuwerik zijn jongen wel succesvol groot kan krijgen.

De afname in heidegebieden is iets minder uitgesproken maar ook hier worden de aantallen minder. In Vlaanderen verdwijnt de soort eveneens in snel tempo: van 75.000 paren in de periode 1973-1977 tot slechts 6.000-8.000 paren in 2018. Naar schatting een derde van de resterende paren broedt bovendien in beschermde heidegebieden en niet meer in de Vlaamse velden waar hij ooit net als in Nederland een zeer algemene verschijning was.
veldleeuwerik 85 2veldleeuwerikDat we in het najaar op trek wel grote aantallen veldleeuweriken kunnen zien waarbij op uitzonderlijke dagen duizenden vogels de trektelposten passeren, komt door de Scandinavische vogels die naar het zuiden trekken. Een deel van de Nederlandse broedvogels trekt ook naar Zuidwest-Europa, een deel overwintert in eigen land. Pas in tijden van zware sneeuwval trekt deze groep weg om in zachte winters eind januari al weer terug te komen. Bij koude periodes komen de veldleeuweriken later terug maar eind maart is de voorjaarstrek zo goed als afgelopen en kunnen we ze hopelijk weer horen terwijl ze hoog aan de hemel hun lied zingen.

Sovon
Themanummer ‘Akkervogels’ van Limosa
www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/tienduizenden-veldleeuweriken-dood-door-maaien
Natuurpunt België