Excursie Zuid- Limburg en plassen bij Heel
9 februari 2019

oehoe3oehoeZeg Zuid-Limburg en menig vogelaar denkt meteen ’oehoe’. En inderdaad is dit onze belangrijkste reden om vandaag die kant op te gaan. En deze keer hoeven we niet lang te zoeken. Nog voor de telescopen staan, is onze doelsoort al ontdekt. Recht voor onze neus, goed zichtbaar met de pluimen omhoog, zit een van de grootste uilen ter wereld. En de tweede oehoe blijkt er vlakbij te zitten. Iets beter verscholen maar toch ook duidelijk te zien. 
Onder andere door bejaging en vergiftiging is deze soort in de loop van de vorige eeuw als broedvogel uit Nederland verdwenen maar na een herintroductie in Duitsland broedde er in 1997 weer een paartje hier in de ENCI-groeve. Sindsdien groeit het aantal territoria van de oehoe  ieder jaar.      TELLIJST

Volgens Sovon waren het er in 2016 in heel Nederland al 20-25, volgens een oehoekenner die we hier bij de groeve tegenkomen, waren er in 2018 alleen al in Limburg 23 territoria. Een succesverhaal dat echter alleen mogelijk is door uitgebreide soortbeschermingsprogramma’s  want recreatiedruk, windmolens, elektriciteitsdraden en gifstoffen vormen nog steeds een wezenlijke bedreiging.

Hier in de groeve broeden zelfs 2 koppeltjes, die samen vorig jaar minstens 3 jongen hebben groot gebracht. De mergelgroeve is dus duidelijk een goed biotoop met voldoende rust en voedsel, want deze 7 oehoes hadden bovendien nog gezelschap van 3 paartjes buizerd, een koppeltje slechtvalken en verschillende torenvalken, allemaal met jongen.
Vanaf het uitkijkplatform aan de andere kant hebben we mooi uitzicht over de groeve. Bij de plas staan 2 reigers, waaronder een grote zilverreiger, en we ontdekken twee jagende slechtvalken. Verder is het stil, bij deze wind  zoeken de vogels de beschutting op. Een indrukwekkende locatie, en zeker niet alleen vanwege de aanwezige oehoes.

Ook onze tweede locatie, de hamsterreservaten  bij Puth en Doenrade, is voor een vogelliefhebber een mooie plek. Met weemoed denken we terug aan de keer dat we hier bijna te midden van de gorzen stonden. Geelgors, rietgors en grauwe gors…… in grote groepen in de bomensingels en op de akkers. Helaas moeten we het vandaag vooral met de herinnering doen. Want hoewel de geelgorzen zich af en toe mooi laten zien, blijven de grauwe gorzen vrijwel onzichtbaar. Er ligt ruim voldoende zaad op de akkers, we weten ook dat ze er zijn maar net als bij de  steengroeve houden de vogels zich vandaag schuil. Af en toe horen we het karakteristieke geluid van de grauwe gors, en heel af en toe zien we een flits waarvan we denken dat het er mogelijk een is. Maar zelfs het ezelsbruggetje ‘dangling keys, dangling feets’ biedt voor de meesten van ons in deze weersomstandigheden niet voldoende houvast om ze echt goed te determineren.

Ook de andere soorten hebben het moeilijk. De blauwe kiekendief duikt steeds weg in het riet, een biddende torenvalk heeft moeite om zijn locatie vast te houden, grote groepen vinken zijn in een oogwenk weer weg en overvliegende kneutjes verdwijnen in de beschutting. En ja, ook wij duiken weg in de capuchon en trekken de sjaals wat dichter om de nek. Zonder de telescopen los te laten want die worden anders zo omver geblazen.

Onze volgende stop is bij de plassen bij Heel. Hier is het eveneens rustig hoewel de watervogels, zeker de duikende soorten zoals fuut, kuifeend en meerkoet, minder last van de wind lijken te hebben. Een mooi mannetje brilduiker trekt zich nergens iets van aan en laat zich op korte afstand mooi bekijken. Even later duikt ook mevrouw brilduiker op en na goed zoeken, ontdekken we nog wat andere leuke soorten zoals roodhalsfuut en geoorde fuut. Maar het blijft lastig zoeken met die wind en als de eerste druppels vallen, en meerdere fikse buien in aantocht zijn, houden we het voor gezien. Wat vroeger dan verwacht, maar toch met ruim 50 soorten op de teller, vertrekken we richting Oisterwijk.
Een guur dagje maar met mooie waarnemingen. En voor wie goed geluisterd en gekeken heeft, met duidelijke aanwijzingen dat het voorjaar in aantocht is. De beginnende balts van de brilduikers en de futen, de eerste riedeltjes van de zanglijster en de zingende koolmees, allemaal duidelijke signalen. Nu het weer nog.

Tekst:   Hannie Nilsen
Foto’s:  Bart van Beerendonk, Marie-José Verbeeten en Jan Wolfs