Excursie Den Opslag en Diessens Broek
13 april 2019

Zon 2Den Opslag in april, dat betekent een echte lente-excursie met baltsende kieviten en grutto’s. Maar deze ochtend is het lentegevoel ver te zoeken. Voor we op pad konden, moest er al ijs van de voorruit worden gekrabd en hier langs het kanaal, waar een guur windje vrij spel heeft, is het ook bepaald niet erg aangenaam.

De grutto’s doen hun best. In groepjes vliegen ze rond, af en toe voor een bloedrode zon langs alsof ze de fotografen onder ons nog een extra pleziertje willen doen. Bij het water wordt er gefoerageerd en hier en daar wordt er gebaltst. Maar verder is het rustig. Nou ja, rustig? Een rietzanger zingt uit volle borst, jammer genoeg zonder zich te laten zien. Verder zwemmen er enkele wintertalingen, een koppeltje witte kwikstaarten vliegt driftig heen en weer, een mannetje kneu showt zijn nieuwe kleed en er zingt een rietgors.     TELLIJST

Op het kanaal dobberen enkele meerkoeten en wat futen, een ooievaar voert een verkenningsvlucht uit en in de luwte van een bomenrij zit een sperwervrouw. Ruim 30 soorten zien we. Leuk maar niet genoeg om ons een warm gevoel te geven. En aanmerkelijk minder vogelactiviteit dan eerder. We gaan een stukje verder, richting Diessens Broek. Dit gebied stelde na kanalisatie van de Reusel in de jaren ’60 niet veel voor. De laatste tien jaar is het gebied echter ‘opnieuw ontwikkeld’. Over een groot oppervlakte is de overbemeste bodemlaag afgegraven waardoor de Reusel weer zelf haar loop bepaalt en er zijn diverse poelen en plasjes uitgegraven.

Dit heeft duidelijk invloed gehad op de soorten en aantallen vogels die hier broeden. We beginnen meteen goed. Bij de waterzuivering zit een boompieper uitbundig te zingen terwijl een klein stukje verderop een graspieper als een parachuutje naar beneden zweeft. Op de plas doen mannetjes bergeend en slobeend hun best indruk te maken op het vrouwvolk  en verscholen in het riet zingt een blauwborst. Mooi ook is het groepje zomertalingen dat zich schuil houdt in het gras.

Ze zijn nauwelijks zichtbaar in het hoge gras maar een rijtje witte boogjes verraadt hun aanwezigheid.  Ze zijn pas net terug uit overwinteringsgebied, evenals de boerenzwaluwen die over het water scheren op zoek naar insecten. Datzelfde geldt voor fitis, tjiftjaf, regenwulp en zwartkop terwijl de kolgans en de kramsvogels die we hier vandaag nog zien, eigenlijk alweer op weg naar het noorden zouden moeten zijn.

Een mooie waarneming is de rode wouw die overkomt en zich prachtig laat zien. En ook de blauwborst, waarvan er, aan het geluid te horen, meerdere in het gebied zitten, laat zich heel even bekijken. Al met al ondanks de kou een gezellige ochtend met 60 soorten. Het gebied is zeker de moeite waard om nog eens te bezoeken, niet voor niets noemt Brabants Landschap dit hun weidevogelboulevard.

Tekst:   Hannie Nilsen
Foto’s:  Karin van de Logt
             Jan Wolfs
             Martien van Dooren